ECLI:NL:CRVB:2016:3290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en boete bij bijstandsverlening en verrekening uitkeringsspecificatie
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en verrichtte werkzaamheden waarvoor inkomsten werden ontvangen. Het college stelde vast dat appellant zijn inkomsten niet had gemeld, wat leidde tot herziening van de bijstand en terugvordering van €232,03. Tevens werd een boete van €150,- opgelegd wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting.
De rechtbank vernietigde de boete deels en stelde deze vast op €116,-, maar verklaarde het beroep tegen de overige besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan en dat de terugvordering en verrekening onrechtmatig waren.
De Raad oordeelt dat appellant de inkomsten niet heeft gemeld en de herziening daarom terecht is. De terugvordering en boete blijven gehandhaafd, waarbij de boete wordt vastgesteld op €116,-. De verrekening van de boete van €150,- in de uitkeringsspecificatie is onrechtmatig en wordt herroepen. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €116,- en de onjuiste verrekening in de uitkeringsspecificatie wordt herroepen.