ECLI:NL:CRVB:2016:3264
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster, met de Nigeriaanse nationaliteit, vroeg bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college wees de aanvraag af omdat verzoekster volgens hen een gezamenlijke huishouding voerde met een medebewoner, E, op hetzelfde adres. Deze gezamenlijke huishouding werd vastgesteld op basis van een verklaring die verzoekster had afgelegd tijdens een onderzoek door een handhavingsspecialist.
Verzoekster betwistte de juistheid van deze verklaring, omdat het verslag in het Nederlands was opgesteld terwijl zij alleen Pidgin Engels spreekt en zij cognitieve beperkingen heeft. Bovendien was het gesprek zonder tolk en zonder schriftelijke Engelse aantekeningen, waardoor niet kon worden vastgesteld of de Nederlandse tekst overeenkwam met haar verklaring. De voorzieningenrechter concludeerde dat het verslag onvoldoende betrouwbaar was en dat het college geen aanvullend onderzoek had gedaan, zoals het horen van E of een huisbezoek.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit wegens strijd met de motiveringsvereisten van de Awb en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen noodzaak bestond. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en de betaalde griffierechten vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding is vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.