ECLI:NL:CRVB:2016:3153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële informatie
Appellant en zijn echtgenote vroegen bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht. Hij had onvoldoende bewijs geleverd dat stortingen van zijn moeder leningen waren met terugbetalingsverplichting en kon ook de herkomst van diverse kasstortingen niet aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de stortingen van zijn moeder ten onrechte niet als lening werden erkend en dat hij de kasstortingen kon verklaren als terugstortingen van eerder opgenomen bedragen.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de vereisten om aan te tonen dat de bedragen leningen waren met een terugbetalingsverplichting en dat de kasstortingen onvoldoende waren onderbouwd. Hierdoor bleef de financiële situatie onduidelijk en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende verstrekte financiële gegevens.