ECLI:NL:CRVB:2016:3038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar DJI
Appellante, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen sinds 2005, werd in 2013 onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof het plegen van winkeldiefstal in maart en mei 2012, het niet melden van deze misdrijven en de veroordeling daarvan aan haar werkgever, alsmede het niet melden van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar een drugsdelict.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond en oordeelde dat het gedrag van appellante voldoende grond vormde voor ontslag. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gedragingen niet aan haar konden worden toegerekend vanwege een mogelijke PTSS en dat het ontslag onevenredig was gezien haar persoonlijke omstandigheden en gebrekkige begeleiding.
De Raad oordeelde dat uit de psychologische verklaringen niet bleek dat appellante ten tijde van de gedragingen niet in staat was de ontoelaatbaarheid daarvan in te zien of te handelen naar dat inzicht. Ook was de belangenafweging van de minister redelijk en was het ontslag niet onevenredig gezien de ernst van de gedragingen en de functie-eisen binnen DJI.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het onvoorwaardelijk ontslag wordt bevestigd.