ECLI:NL:CRVB:2016:3034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens weigering passende werkzaamheden ondanks IVA-uitkering
Appellant was sinds 1996 in dienst bij het ministerie van Veiligheid en Justitie en meldde zich in 2011 ziek vanwege Multiple Sclerose en de ziekte van Ménière. Ondanks beperkingen die door de bedrijfsarts werden vastgesteld, concludeerde een verzekeringsarts van het UWV dat appellant gedeeltelijk arbeidsgeschikt was. De minister gaf appellant meerdere dienstopdrachten om lichte administratieve werkzaamheden te verrichten, waaraan appellant geen gehoor gaf.
De minister stopzette de bezoldiging en verleende uiteindelijk ontslag op grond van het niet naleven van re-integratieverplichtingen. Appellant voerde aan dat hij wegens zijn gezondheid niet in staat was tot werk en verwees naar zijn IVA-uitkering, die volledige arbeidsongeschiktheid zou bevestigen.
De Raad oordeelde dat de minister terecht de bevindingen van de verzekeringsarts had meegewogen en dat de IVA-uitkering op arbeidskundige gronden was toegekend zonder dat functies konden worden geduid. Er waren geen medische gegevens die aantonen dat appellant niet kon verschijnen of lichte werkzaamheden verrichten zonder gezondheidsschade. Het ontslag is daarom rechtmatig en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens weigering passende werkzaamheden wordt bevestigd.