ECLI:NL:CRVB:2016:2940
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering UWV bij beoordeling arbeidsongeschiktheid appellant
Appellant heeft sinds 28 juni 1972 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 15-25% arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft bij besluit van 19 maart 2014 de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogd naar 45-55%, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV op 3 september 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met beperkingen, met name op het gebied van lopen, knielen en handelingstempo, en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn vanwege zijn epilepsie. Het UWV verdedigde zich met een arbeidsdeskundig rapport waarin werd gesteld dat het risico bij het gebruik van een soldeerbout klein is en dat Europese regelgeving de veiligheid van lopende banden waarborgt.
De Raad oordeelt dat de motivering van het UWV te algemeen is en onvoldoende onderbouwd waarom appellant geschikt zou zijn voor de functies met een soldeerbout. Daarnaast is uit medische brieven gebleken dat appellant moeite heeft met lopen, hetgeen onvoldoende is gemotiveerd door het UWV. De Raad concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende draagkrachtige motivering bevat en draagt het UWV op dit gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het gebrek in het besluit over de arbeidsongeschiktheid van appellant te herstellen.