ECLI:NL:CRVB:2016:2938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanvangsdatum Ziektewet-uitkering na 104 weken arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als metaal/CNC draaier, meldde zich op 31 januari 2011 ziek met longklachten. Het UWV stelde de aanvangsdatum van de Ziektewet-uitkering vast op deze datum en beëindigde de uitkering na 104 weken, op 27 januari 2013. Appellant maakte bezwaar tegen deze datum, stellende dat hij gedurende de periode van 104 weken niet onafgebroken arbeidsongeschikt was en dat zijn ongeschiktheid voortkwam uit verschillende ziekteoorzaken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de 104 weken aanvangt op de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werk is gestaakt, hier 31 januari 2011. Het feit dat appellant nog in dienst was bij de werkgever en daarom geen aanspraak had op de uitkering, wijzigde hieraan niets.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische stukken ondersteunden niet het standpunt van appellant dat er een onderbreking van minimaal vier weken was waarin hij geschikt was voor arbeid. Het rapport van Movar Arbeidskundig Advies gaf aan dat appellant ongeschikt was voor zijn functie als CNC draaier, ondanks dat hij geschikt werd geacht voor andere functies. De Raad concludeerde dat het oordeel van de rechtbank juist was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de periode van 104 weken arbeidsongeschiktheid aanvangt op 31 januari 2011 en wijst het hoger beroep af.