Uitspraak
14.1788 WWB, 14/1789 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande, nadat zij had gemeld dat haar echtgenoot haar had verlaten. De gemeente stelde echter vast dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, hetgeen een voorwaarde is om als alleenstaande bijstand te ontvangen.
Na onderzoek door de sociale recherche en getuigenverklaringen bleek dat appellante en haar echtgenoot samen met hun kinderen als gezin op hetzelfde adres woonden, de echtgenoot het adres als postadres gebruikte en diverse feiten wezen op gezamenlijke huishouding. Op grond hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd over de periode van 28 januari 2010 tot 1 juni 2012.
Daarnaast werd de bijstand per 1 juli 2012 opgeschort wegens het niet overleggen van bankafschriften van de echtgenoot. Tijdens de zitting gaf het dagelijks bestuur echter aan dat deze bankafschriften niet relevant waren voor de bijstandsverlening, waardoor de opschorting onterecht was.
De Raad vernietigde daarom het besluit tot opschorting per 1 juli 2012 en herroept het opschortingsbesluit van 25 juli 2012. De intrekking en terugvordering over de eerdere periode blijft gehandhaafd. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, maar de opschorting per 1 juli 2012 wordt vernietigd en het opschortingsbesluit herroepen.