ECLI:NL:CRVB:2016:2872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks lichte verstandelijke beperking
Appellant, voormalig voeger in de bouw, meldde zich ziek wegens knie-, enkel- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 5 februari 2014, omdat een verzekeringsarts oordeelde dat appellant zijn werk kon hervatten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij zij het medische oordeel onderschreef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische onderzoeken onzorgvuldig waren en dat zijn knieklachten ten onrechte niet als toegenomen werden beschouwd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het standpunt van de verzekeringsarts, die appellant tijdens een hoorzitting onderzocht en dossiers bestudeerde, juist was. De lichte tot zeer lichte verstandelijke beperking (IQ 65 met interval 61-75) vormt geen belemmering voor het verrichten van eenvoudig uitvoerend werk.
De Raad stelde vast dat de knieklachten na de datum van het bestreden besluit zijn verslechterd en dat appellant zich daarvoor ziek kan melden. Ook de psychische klachten rechtvaardigen geen arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep faalt en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.