Uitspraak
24 augustus 2015, 15/2505 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 28 augustus 2014 een aanvraag om bijstand ingediend bij de gemeente Den Haag en opgegeven een kamer te huren op een specifiek adres. De gemeente heeft een onaangekondigd huisbezoek afgelegd, waarbij appellant niet werd aangetroffen, en hem uitgenodigd voor een gesprek op 18 november 2014. Appellant verscheen niet op deze afspraak, wat leidde tot afwijzing van zijn aanvraag en terugvordering van voorschotten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant tekort is geschoten in zijn medewerkingsplicht door niet te verschijnen en onvoldoende duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie, mede omdat op het opgegeven adres meerdere personen stonden ingeschreven en appellant niet thuis werd aangetroffen.
Appellant voerde aan dat hij te laat was en dat het college hem nogmaals had moeten uitnodigen, maar de Raad verwierp deze argumenten. De terugvordering van voorschotten werd niet inhoudelijk besproken omdat appellant hiertegen geen zelfstandige beroepsgronden had aangevoerd. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens niet verschijnen op gesprek en onvoldoende medewerking.