ECLI:NL:CRVB:2012:BY0748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en opschorting bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op gesprek niet rechtsgeldig over periode 1-16 mei 2010
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. De gemeente stelde vragen over de inwoning van een persoon, B, die volgens de GBA op het adres van appellante stond ingeschreven. Appellante werd opgeroepen voor gesprekken op 17 en 25 mei 2010, maar verscheen niet. Het college schortte de bijstand op en trok deze in met ingang van 1 mei 2010 wegens het niet verschijnen en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het intrekkingsbesluit niet, maar de Raad vernietigt dit en oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke woon- en leefsituatie over de periode 1 tot en met 16 mei 2010. Het enkele niet verschijnen op het gesprek is onvoldoende om de inlichtingenverplichting te schenden. Vanaf 17 mei 2010 was het niet verschijnen echter wel een gegronde reden voor opschorting en intrekking.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor de periode 1 tot en met 16 mei 2010, herroept de besluiten over die periode en veroordeelt het college tot vergoeding van kosten en griffierecht. De opschorting en intrekking vanaf 17 mei 2010 blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot opschorting en intrekking van de bijstand wordt vernietigd voor de periode 1 tot en met 16 mei 2010 en gehandhaafd vanaf 17 mei 2010.