ECLI:NL:CRVB:2016:2671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens niet meewerken aan re-integratie
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker en meldde zich ziek wegens diverse klachten. De bedrijfsarts concludeerde dat appellant beperkt inzetbaar was voor vier uur per dag licht werk zonder zware belasting. Werkgeefster riep appellant op om het werk gedeeltelijk te hervatten, maar appellant gaf hier geen gehoor aan. De loonbetaling werd opgeschort.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst omdat appellant niet meewerkte aan zijn re-integratie. Appellant vroeg een Ziektewetuitkering aan, maar het Uwv weigerde deze omdat appellant onnodig een beroep deed op de Ziektewet. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard omdat hij ondanks adviezen en verzoeken niet gedeeltelijk aan het werk ging zonder medische gronden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond vanwege een benadelingshandeling op grond van artikel 45 ZW Pro. Appellant had zich moeten inspannen om terug te keren naar werk. In hoger beroep voerde appellant aan dat er sprake was van verminderde verwijtbaarheid vanwege beperkingen volgens artsen, maar dit werd verworpen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel dat appellant geen gehoor gaf aan adviezen en zich schuldig maakte aan benadelingshandeling, rechtvaardigend de blijvende weigering van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens niet meewerken aan re-integratie.