ECLI:NL:CRVB:2016:2652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging bijzondere bijstand woonkostentoeslag wegens onvoldoende inspanning woningverkoop
Appellant ontving vanaf februari 2012 bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag met de verplichting zijn woning te verkopen en naar goedkopere woonruimte te verhuizen. Ondanks verlengingen in 2013 en een verzoek in 2014, heeft appellant onvoldoende concrete stappen ondernomen om aan deze verplichtingen te voldoen, zoals het inschakelen van een makelaar of het daadwerkelijk te koop aanbieden van de woning.
Het college wees het verzoek tot verlenging van de woonkostentoeslag in maart 2014 af omdat appellant niet voldeed aan de inspanningsverplichtingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de bijzondere bijstand slechts voor een beperkte periode wordt verstrekt en dat van appellant een grote inspanning mag worden verwacht om zijn woonlasten aan te passen aan zijn inkomen.
Verder faalt het verweer dat de adviescommissie niet onafhankelijk zou zijn en dat de afwijzing gebaseerd zou zijn op smaad. De Raad stelt dat de secretaris van de adviescommissie onder het college valt, maar dit is niet in strijd met de Awb. Ook is niet gebleken dat smaad een rol speelde bij de afwijzing. De Raad concludeert dat het college terecht heeft besloten de bijzondere bijstand niet te verlengen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de verlenging van de bijzondere bijstand voor woonkosten wegens onvoldoende inspanningen van appellant.