Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
proceskostenveroordeling;
ingesteld;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkenen, voormalige burgerambtenaren van het ministerie van Defensie, kregen met ingang van 1 januari 2014 overtolligheidsontslag en aansluitend wachtgeld tot de maand volgend op hun 65e verjaardag. Door de verhoging van de AOW-leeftijd ontvangen zij echter pas later AOW, waardoor zij een inkomensgat ervaren. De rechtbank verklaarde eerder de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten vanwege verboden onderscheid op grond van leeftijd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderscheid gerechtvaardigd was en verwees naar een voorlopige voorziening die een maandelijkse tegemoetkoming biedt vanaf 65 jaar tot de AOW-leeftijd. De Raad oordeelt dat het beëindigen van het wachtgeld bij 65 jaar, ondanks de tegemoetkoming en de mogelijkheid tot vervroegd pensioen, nog steeds een direct onderscheid op grond van leeftijd oplevert.
De Raad stelt vast dat hoewel het doel van het onderscheid legitiem is, het middel om dit te bereiken verder gaat dan noodzakelijk en een excessieve inbreuk maakt op de gerechtvaardigde aanspraken van betrokkenen. De tegemoetkoming is netto lager dan de reguliere AOW-uitkering en het vervroegd pensioen accepteren leidt tot een lager pensioen op lange termijn. De Raad vernietigt daarom de bestreden besluiten en beveelt appellant aan nieuwe besluiten te nemen zonder het verboden onderscheid.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens verboden leeftijdsonderscheid en appellant wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen zonder dit onderscheid.