Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat uit de uitdraai uit het computersysteem “Sonar” blijkt dat appellant een periode niet ingeschreven heeft gestaan bij het Uwv, terwijl dit voor hem verplicht was.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds maart 2012 bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek bleek dat appellant sinds mei 2013 inkomsten had uit arbeid en dat er onverklaarde stortingen op zijn bankrekening stonden. Het college herzag de bijstand over februari en maart 2013 en vorderde € 400,- terug wegens niet opgegeven inkomsten. Tevens werd de bijstand verlaagd wegens niet-tijdige inschrijving bij het UWV.
Appellant voerde aan dat de stortingen leningen waren en niet als inkomen moesten worden aangemerkt. De Raad oordeelde dat geldleningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip en dat appellant vrij over de bedragen kon beschikken. Het college mocht de stortingen daarom als inkomen aanmerken. Wel was het besluit onvolledig gemotiveerd omtrent de vrijlating van inkomen, maar dit gebrek werd met aanvullende stukken hersteld zonder appellant te benadelen.
De Raad verwierp het verweer dat appellant wel ingeschreven was bij het UWV in de betreffende periode. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde gronden. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af.