ECLI:NL:CRVB:2016:2528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- M.T. Boerlage
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel ontvangen wachtgeld aan gewezen ambtenaar
Appellant, een gewezen ambtenaar die per 1 januari 2008 ontslag kreeg wegens overtolligheid en een eigen onderneming startte, ontving vanaf 1 januari 2008 een wachtgelduitkering. De minister stelde bij besluit vast dat appellant een bedrag van €97.438,22 te veel aan wachtgeld had ontvangen over de jaren 2008 tot en met 2012, omdat appellant zijn inkomsten uit onderneming niet tijdig had opgegeven zoals wettelijk verplicht.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en voerde aan dat er geen sprake was van toedoen van zijn kant en dat de minister slechts een deel van het bedrag mocht terugvorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet had voldaan aan zijn verplichting tot tijdige opgave van inkomsten, waardoor het teveel betaalde wachtgeld onverschuldigd was en teruggevorderd mocht worden. De Raad verwierp het betoog van appellant dat er geen toedoen was en dat de minister slechts een beperkt bedrag mocht terugvorderen. Ook het argument van appellant dat de terugvordering gematigd moest worden vanwege de passieve houding van de minister faalde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het teveel ontvangen wachtgeld wordt bevestigd.