ECLI:NL:CRVB:2016:2507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als medewerker paprikateelt en meldde zich op 30 september 2013 ziek met diverse klachten. Het dienstverband eindigde per die datum van rechtswege. Een bedrijfsarts van het Uwv oordeelde dat appellante vanaf 11 november 2013 haar werk weer kon verrichten, waarna het Uwv het recht op ziekengeld beëindigde. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig was en de klachten van appellante niet medisch objectief waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat haar medische toestand en medicatiegebruik gevaarlijke situaties veroorzaakten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische stukken en rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige gaven geen aanleiding tot twijfel aan het medisch oordeel. De Raad wees erop dat de psychologische rapporten niet relevant waren voor de datum van het besluit en dat appellante haar werk had hervat. Ook de handklachten waren onvoldoende onderbouwd om het oordeel te weerleggen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de beëindiging van het recht op ziekengeld per 11 november 2013. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het recht op ziekengeld per 11 november 2013 wordt bevestigd.