Appellant ontving sinds 2006 een AOW-pensioen als ongehuwde, terwijl de Sociale Verzekeringsbank (Svb) na een anonieme tip en onderzoek vermoedde dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde met R. De Svb verrichtte een onaangekondigd huisbezoek in juli 2013 en herzag daarop het pensioen naar de gehuwdennorm met terugvordering.
De Raad beoordeelde dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat appellant niet op basis van informed consent toestemming had gegeven en er geen redelijke grond was voor het huisbezoek; het gesprek had ook op kantoor kunnen plaatsvinden. Hierdoor mochten de bevindingen van het huisbezoek niet worden gebruikt.
De overige onderzoeksgegevens waren onvoldoende om de gezamenlijke huishouding aan te tonen. De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit moet nemen, waartegen alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.