ECLI:NL:CRVB:2016:240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- K.J. Kraan
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek letselschadevergoeding wegens onvoldoende causaal verband met werkomstandigheden
Appellant, sinds 1975 werkzaam als leraar basisonderwijs, heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van letselschade wegens gehoorschade die hij zou hebben opgelopen door het gebruik van een scheidsrechtersfluit tijdens gymlessen. Hij stelde dat deze gehoorschade hem belemmerde in zijn werk en dat hij door ziekte en een onjuiste ontslaggrond zijn baan voorgoed kwijt was geraakt.
De stichting wees het verzoek af en stelde dat zij geen verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de fluit, aangezien dit een vrij hulpmiddel is voor leerkrachten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit deels niet-ontvankelijk en ongegrond wegens het ontbreken van voldoende bewijs voor een causaal verband tussen de gehoorschade en het gebruik van de fluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant geen medische stukken heeft overgelegd die zijn stelling ondersteunen. De Raad benadrukt dat er een voldoende mate van waarschijnlijkheid moet zijn dat de werkomstandigheden de ziekte hebben veroorzaakt, wat in dit geval ontbreekt.
Daarnaast wordt het ontslag wegens gewichtige reden als rechtmatig beoordeeld, waarbij de stichting voldoende inspanningen heeft verricht voor re-integratie. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van letselschade wegens gehoorschade wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt causaal verband.