ECLI:NL:CRVB:2016:2357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde geldtransacties
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en werd onderzocht naar aanleiding van verdachte geldtransacties die via grenswisselkantoren zijn verricht. De sociale recherche stelde vast dat appellant tussen 2001 en 2010 meerdere stortingen en ontvangsten had gedaan, zonder deze te melden aan het college.
Het college trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug. Appellant voerde aan dat hij veel transacties niet had verricht en dat mogelijk misbruik was gemaakt van zijn identiteit. Ook stelde hij dat het onderzoek onvolledig was en verzocht om een handschriftdeskundige. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant de transacties heeft verricht, mede op basis van proces-verbaal, verklaringen van transactiekantoren en het ontbreken van aanwijzingen voor identiteitsfraude. De Raad wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige af en overweegt dat de bewijsnood door appellant zelf is veroorzaakt door zijn schending van de inlichtingenplicht. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde geldtransacties.