ECLI:NL:CRVB:2016:2172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na buiten behandeling stelling WWB-aanvraag wegens ontbrekende gegevens
Appellant diende meerdere aanvragen om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, die telkens buiten behandeling werden gesteld wegens het niet, niet tijdig of niet volledig aanleveren van gevraagde gegevens. Op 27 oktober 2011 werd een aanvraag van appellant buiten behandeling gesteld, waartegen geen rechtsmiddelen werden aangewend.
Appellant verzocht later om vergoeding van materiële schade die hij stelt te hebben geleden door de gedwongen verkoop van zijn woning, veroorzaakt door het handelen van het college. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat zonder rechtsmiddelen tegen het besluit van 27 oktober 2011 de rechtmatigheid ervan moet worden aangenomen, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
In hoger beroep stelde appellant dat hij abusievelijk zijn aanvraag bij het verkeerde loket had ingediend en dat het college hem niet had gewezen op de juiste procedure, waardoor hij geen bezwaar maakte tegen het besluit. De Raad oordeelde dat dit betoog niet leidt tot bijzondere omstandigheden en bevestigde dat het besluit rechtmatig is, mede omdat appellant niet tijdig bezwaar heeft gemaakt en het college de onrechtmatigheid niet heeft erkend.
De Raad concludeerde dat appellant geen recht heeft op schadevergoeding en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.