ECLI:NL:CRVB:2016:2079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verminderde maatregel wegens onvoldoende meewerken aan werkstage in IOAW-traject
Appellant, voormalig werknemer ontslagen wegens reorganisatie, ontvangt sinds 2012 een IOAW-uitkering en volgt een re-integratietraject met een werkstage. Het dagelijks bestuur legt hem een maatregel op wegens onvoldoende medewerking aan de werkstage, resulterend in verlaging van zijn uitkering met 100% voor twee maanden.
De rechtbank verklaart het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant weliswaar onvoldoende bereidheid toonde, maar dat de werkstagebegeleider de beslissing nam de stage niet voort te zetten. Gezien de eerdere positieve beoordeling en de omstandigheden is sprake van verminderde verwijtbaarheid.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en stelt de maatregel vast op een verlaging van 100% gedurende één maand vanaf 1 januari 2014. Tevens wordt het dagelijks bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De maatregel wordt verminderd tot een verlaging van 100% gedurende één maand en het bestreden besluit wordt vernietigd.