ECLI:NL:CRVB:2016:2061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant, voormalig portier en sinds 2012 uitkeringsgerechtigd op grond van de IOAW, werd geconfronteerd met een verlaging van zijn bijstandsuitkering wegens onvoldoende inspanningen om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.
Na een eerdere maatregel in april 2013 wegens niet meewerken aan vrijwilligerswerk, werd in juli 2013 een verlaging van 100% opgelegd omdat appellant niet tijdig had gesolliciteerd op twee vacatures die door zijn trajectbegeleider waren aangedragen. Het dagelijks bestuur stelde dat dit een recidive betrof.
Het bezwaar tegen deze maatregel werd deels gehonoreerd door het dagelijks bestuur, dat de verlaging aanpaste naar 50% voor juli en augustus 2013. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was tijdig te solliciteren, aangezien hij gebruik kon maken van een computer bij kennissen en het cv naar zijn e-mailadres was doorgestuurd. Het niet tijdig solliciteren kon hem worden verweten, waardoor de verlaging van de uitkering terecht was. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 50% voor juli en augustus 2013 wordt bevestigd wegens verwijtbaar niet tijdig solliciteren.