ECLI:NL:CRVB:2016:1979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugwerkende kracht seniorenregeling voor deeltijdambtenaar
Appellant, een ambtenaar bij de gemeente Nijmegen, verzocht om toepassing van de seniorenregeling met terugwerkende kracht vanaf zijn 60e verjaardag in februari 2010. De regeling voorziet in werktijdverkorting voor oudere ambtenaren, maar werd aanvankelijk geweigerd omdat appellant in deeltijd werkte. Na een eerdere rechterlijke uitspraak werd het beleid aangepast en kon appellant vanaf augustus 2013 gebruik maken van de regeling.
Appellant vroeg vervolgens met terugwerkende kracht compensatie, wat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de mededeling van de leidinggevende in 2010 geen formeel besluit was en appellant pas formeel in 2013 een verzoek had ingediend.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de mededeling van de leidinggevende wel als een besluit moet worden gezien, maar dat het college niet verplicht was terugwerkende kracht te verlenen voor de periode vóór het nieuwe beleid van juni 2013. Een formeel schriftelijk verzoek is niet vereist; een mondeling verzoek volstaat. De Raad volgt het college in het standpunt dat het doel van de regeling een vermindering van de werkdruk is en dat terugwerkende kracht niet passend is. De financiële compensatie vanaf juni 2013 is voldoende. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terugwerkende kracht van de seniorenregeling vanaf februari 2010 wordt afgewezen; de financiële compensatie vanaf juni 2013 is toereikend.