ECLI:NL:CRVB:2016:1844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens niet melden wijziging studiefinanciering inwonende meerderjarige zoon
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had een meerderjarige zoon die tijdelijk studiefinanciering ontving. Toen deze financiering stopte, meldde appellante dit niet aan het college, wat leidde tot een herziening van haar toeslag en een bestuurlijke boete van €790.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden, maar dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid. De Raad vond dat appellante onvoldoende was geïnformeerd over de meldingsplicht en dat het niet melden daardoor minder ernstig was.
De Raad vernietigde de boete en stelde deze vast op €150, conform het beleid van het college voor gevallen van verminderde verwijtbaarheid. Verder werd het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten van appellante en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens het niet melden van het wegvallen van studiefinanciering is vastgesteld op €150 wegens verminderde verwijtbaarheid.