ECLI:NL:CRVB:2016:1842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie ZZP VG07 voor appellant met autisme en lichte verstandelijke handicap
Appellant, bekend met een stoornis in het autistisch spectrum en een lichte verstandelijke handicap, heeft sinds 2010 een indicatie voor zorg op grond van de AWBZ in de vorm van ZZP VG07. Na een aanvraag in 2013 voor indicatie in functies en klassen, besloot het CIZ tot een indicatie voor ZZP VG07 vanwege de noodzaak van permanent toezicht en de onmogelijkheid van mantelzorg om dit vrijwillig te bieden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de indicatie van het CIZ passend is, omdat het Besluit zorgaanspraken AWBZ geen ruimte biedt voor indicatie in functies en klassen bij verblijf met permanent toezicht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de mantelzorg wel aan de voorwaarden voldeed, maar CIZ stelde dat de ouders overbelast zijn en 24-uurs toezicht noodzakelijk is.
De Raad onderschrijft de rechtbank en bevestigt dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor indicatie in functies en klassen volgens de Indicatiewijzer 2013. Appellant kon niet aantonen op welke onderdelen van het ZZP hij tekortkomt. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indicatie ZZP VG07 wordt bevestigd.