ECLI:NL:CRVB:2016:1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen vermogen in Turkije
Appellanten ontvingen vanaf 2003 bijstand, die vanaf 2006 werd voortgezet als aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Na een telefonische melding van hun dochter dat appellanten een eigen woning in Turkije zouden hebben, startte de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek naar hun vermogen in Turkije.
De Svb verzocht om een taxatierapport en kopieën van paspoorten met het T.C. Kimlik nummer. Appellanten reageerden niet tijdig, waarna de Svb de bijstand introk. Later bleek uit onderzoek van de Nederlandse ambassade in Ankara dat appellante eigenaar was van een appartement in Turkije, getaxeerd op €24.000. Appellanten hadden dit vermogen niet gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting oplevert.
Appellanten voerden onder meer aan dat zij onrechtmatig waren geselecteerd op basis van etniciteit en dat het onderzoek in Turkije in strijd was met privacyrechten. Deze bezwaren werden verworpen. Ook hun eigen taxatierapport van €8.700 werd onvoldoende geacht om de Svb-taxatie te betwisten.
De Raad concludeerde dat de Svb terecht de bijstand introk met ingang van 7 april 2003 wegens het verzwegen vermogen. Het beroep van appellanten werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het verzwegen bezit van een appartement in Turkije wordt bevestigd en het beroep van appellanten wordt afgewezen.