ECLI:NL:CRVB:2016:1832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing doorstromingsverzoek wegens onvoldoende verwachte geschiktheid voor hogere politiefunctie
Appellant, werkzaam als [naam functie A] bij de politie sinds 2009, verzocht om doorstroming naar de functie van [naam functie B]. De korpschef wees dit af omdat appellant niet voldeed aan de verwachte geschiktheid, die inhoudt dat hij het voortouw moet nemen in het aansturen en coachen van collega’s en verantwoordelijkheid moet tonen in het organiseren en coördineren van projecten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde aan dat de maatstaf voor geschiktheid te zwaar was en dat hij wel degelijk aan de verwachtingen voldeed, onder meer op basis van verklaringen van collega’s die zijn coachende en leidinggevende kwaliteiten onderschreven.
De Raad oordeelde dat de korpschef een redelijke en niet te zware maatstaf hanteerde en dat appellant onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke leidinggevende en coördinerende taken op het vereiste niveau. De verklaringen betroffen slechts beperkte situaties en konden het negatieve oordeel niet veranderen.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om doorstroming naar een hogere politiefunctie wordt afgewezen wegens onvoldoende verwachte geschiktheid.