ECLI:NL:CRVB:2016:1765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevordering medewerker GGP tot generalist GGP op grond van loopbaanbeleid politie
Appellant was sinds 2005 aspirant bij de politie en volgde een initiële opleiding op niveau 3. Na diverse aanstellingen en het behalen van het politiediploma niveau 3 werd hij in 2011 geplaatst als medewerker gebiedsgebonden politie (GGP) in salarisschaal 6. In 2013 verzocht appellant om bevordering tot generalist GGP in salarisschaal 7, maar dit verzoek werd door de korpschef afgewezen wegens onvoldoende werkervaring volgens het nieuwe landelijke loopbaanbeleid uit de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie (HAP II).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat appellant op grond van het oude korpsbeleid recht had op bevordering na twee jaar werkervaring als medewerker GGP. De nieuwe circulaire, die een eis van drie jaar werkervaring stelt, was pas na de plaatsing van appellant als medewerker GGP bekend gemaakt. Bovendien had appellant redelijkerwijs kunnen verwachten dat hij na twee jaar bevorderd zou worden, mede door communicatie van zijn leidinggevende.
De Raad concludeerde dat appellant ongelijk werd behandeld ten opzichte van collega’s die vóór de circulaire waren bevorderd en dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en wees het verzoek van appellant toe met ingang van 25 april 2013. Tevens werd de korpschef veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van appellant tot bevordering tot generalist GGP per 25 april 2013 wordt toegewezen en het bestreden besluit vernietigd.