Appellant, met ernstig overgewicht en diverse aandoeningen, vroeg op grond van de Wmo een scootmobiel aan. Na medisch onderzoek door de MO-zaak, waarbij werd vastgesteld dat een scootmobiel het herstel zou belemmeren, wees het college de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de scootmobiel anti-revaliderend werkt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de scootmobiel geen anti-revaliderend effect zou hebben. De Raad oordeelde dat het onderzoek adequaat was, ook zonder lichamelijk onderzoek, en dat de medische adviezen juist waren. Het anti-revaliderende karakter van de scootmobiel werd bevestigd, mede door het advies van de huisarts.
Verder werd erkend dat appellant gebruik kan maken van een scooter en collectief vervoer, die als voorliggende voorzieningen gelden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.