ECLI:NL:CRVB:2016:1683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Ziektewet na ontslagname zonder dringende medische reden
Appellant kreeg een voorschot Ziektewet-uitkering toegekend, maar het UWV stelde vast dat hij per 1 september 2013 geen recht meer had op de uitkering omdat hij ontslag had genomen tijdens ziekte. Het UWV vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank onderschreef dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn ontslag impulsief was en voortkwam uit een overspannen toestand, ondersteund door een psychologisch rapport dat borderline en andere persoonlijkheidsstoornissen constateerde. De Raad oordeelde echter dat de ontslagname niet te wijten was aan zijn psychische problematiek, mede gelet op de communicatie met de werkgever en het advies om ontslag uit te stellen, dat appellant negeerde.
De Raad concludeerde dat appellant bewust en zonder dringende medische reden zijn dienstverband heeft beëindigd, waardoor sprake is van een benadelingshandeling als bedoeld in de Ziektewet. Terugvordering van het teveel betaalde ziekengeld is daarom terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.