ECLI:NL:CRVB:2016:1557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- K.J. Kraan
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling politieambtenaar en beoordeling ontslaggrond
Betrokkene was sinds 5 maart 2012 aangesteld als junior systeembeheerder in tijdelijke dienst bij de politie. Na verlengingen werd hem medegedeeld dat zijn aanstelling op 5 maart 2015 zou eindigen. Betrokkene stelde dat hij op die datum in vaste dienst was gekomen en verzocht om aanstelling in vaste dienst. De korpschef wees dit af en stelde dat de aanstelling van rechtswege was geëindigd.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene na 5 maart 2013 feitelijk een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd had en dat het ontslagbesluit geen ontslaggrond vermeldde, waardoor het besluit werd vernietigd. Zowel de korpschef als betrokkene gingen in hoger beroep. De Raad stelde vast dat het besluit van 18 februari 2013 niet aan betrokkene was bekendgemaakt, waardoor de tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd was ontstaan. De korpschef kon zich niet beroepen op de latere verlenging van 2014.
De Raad beoordeelde ook of betrokkene alsnog in vaste dienst had moeten worden aangesteld. Gezien de reorganisatie en het terughoudende aanstellingsbeleid was dit niet mogelijk. Het ontslag per 1 oktober 2015 was gerechtvaardigd omdat de functie van junior systeembeheerder binnen het oude team kwam te vervallen door de uitfasering van Blackberry-toestellen en hogere eisen aan ondersteuning. De Raad verklaarde het beroep van betrokkene tegen het ontslagbesluit ongegrond en veroordeelde de korpschef in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad stelde vast dat betrokkene een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd had en verklaarde het ontslagbesluit gegrond.