ECLI:NL:CRVB:2015:40
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid besluit korpschef geen vaste aanstelling te verlenen bij reorganisatie politie
Appellante was sinds 2009 werkzaam bij de politie op tijdelijke aanstellingen die meerdere malen werden verlengd. In 2012 werd haar medegedeeld dat haar tijdelijke aanstelling zou aflopen, waartegen zij bezwaar maakte. De korpschef verklaarde dit bezwaar ongegrond, en de rechtbank verklaarde het beroep daarop eveneens ongegrond.
In hoger beroep vordert appellante dat zij recht heeft op een vaste aanstelling. De Raad toetst of de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat vaste aanstelling niet mogelijk was, gelet op de voorgenomen reorganisatie en formatieverkorting bij de overgang naar de Nationale Politie per 1 januari 2013.
De Raad overweegt dat de wetgever met artikel 4 van Pro het Barp de mogelijkheid van opeenvolgende tijdelijke aanstellingen wil begrenzen en dat vaste aanstelling zo mogelijk moet plaatsvinden zodra de omstandigheden dat toelaten. Echter, gezien de transitieafspraken en het feit dat er in augustus 2012 al vergevorderde plannen waren voor aanzienlijke formatieverkorting, was het besluit van de korpschef om appellante geen vaste aanstelling te verlenen redelijk.
Dat de reorganisatie uiteindelijk meer tijd in beslag nam dan voorzien en dat de werkzaamheden van appellante niet vervielen, is niet doorslaggevend. Ook kon de korpschef bij de belangenafweging rekening houden met de mogelijkheid om de formatieplaats te reserveren voor herplaatsingskandidaten met vaste aanstelling. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de korpschef in redelijkheid heeft kunnen besluiten appellante geen vaste aanstelling te verlenen.