ECLI:NL:CRVB:2016:1545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit arbeidsinschakelingsverplichtingen wegens onrechtmatigheid en vernietiging rechtbankuitspraak
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en was tijdelijk ontheven van arbeidsverplichtingen. Na een psychologisch onderzoek, waarbij aanvankelijk onvoldoende medewerking werd verleend, stelde het dagelijks bestuur dat de arbeidsverplichtingen weer volledig van toepassing waren en bracht dit schriftelijk mee. Dit werd door appellante aangevochten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze mededeling niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van 8 april 2014 wel als een besluit moet worden gekwalificeerd, namelijk als een impliciete weigering om ontheffing te verlenen. Hierdoor was bezwaar en beroep mogelijk.
Na nadere beoordeling concludeerde de Raad dat het dagelijks bestuur ten onrechte het besluit had genomen omdat de psychologische klachten van appellante destijds al aanwezig waren. Daarom werd het besluit vernietigd en herroepen. De Raad veroordeelde het dagelijks bestuur in de proceskosten en wees een vergoeding van griffierechten toe. Een vergoeding van in bezwaar gemaakte kosten werd afgewezen vanwege het niet-verlenen van medewerking door appellante aan het onderzoek.
Deze uitspraak vervangt het vernietigde besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het besluit van het dagelijks bestuur wordt vernietigd en herroepen wegens onrechtmatigheid, met toekenning van proceskosten aan appellante.