ECLI:NL:CRVB:2016:1458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB sinds oktober 2011. Na een politieonderzoek werd op 25 februari 2013 een hennepkwekerij met 250 planten in zijn woning aangetroffen. De sociale recherche stelde een onderzoek in en concludeerde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door deze situatie niet te melden.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 1 oktober 2012 en vorderde €5.239,81 terug, inclusief langdurigheidstoeslag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant zijn betrokkenheid en stelde dat een derde de kwekerij had geëxploiteerd, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat de aanwezigheid van de kwekerij en de verklaring van appellant over ontvangen opbrengsten wijzen op betrokkenheid en dat hij geen objectieve gegevens over investeringen of exploitatie had overlegd. De strafrechtelijke vrijspraak van appellant was niet bindend voor de bestuursrechter. Ook het beroep op psychische kwetsbaarheid en bedreiging faalde wegens gebrek aan bewijs.
Ten slotte werden geen dringende redenen voor het afzien van terugvordering vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht.