ECLI:NL:CRVB:2016:1439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellante, voormalig coördinator chatproject, was arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 48,97% en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Na bezwaar en heronderzoek stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid later vast op 100% en kende zij een IVA-uitkering toe vanaf november 2014.
De rechtbank had het bezwaar van appellante gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 58,42%, met een lagere verdiencapaciteit. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat zij sinds november 2013 volledig arbeidsongeschikt was en dat haar advocaatkosten vergoed moesten worden.
De Raad stelde vast dat het procesbelang ontbrak omdat appellante door de toekenning van de IVA-uitkering en de vaststelling van 100% arbeidsongeschiktheid geen feitelijk belang meer had bij de beoordeling van haar hoger beroep over de periode daarvoor. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.