ECLI:NL:CRVB:2016:1421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding achterstallige studieschuld wegens medische situatie
Appellant heeft studiefinanciering ontvangen waaruit een studieschuld is ontstaan. De aflosfase eindigde per 1 januari 2010, waarna hij de resterende schuld niet hoefde terug te betalen. Appellant verzocht de minister om kwijtschelding van achterstallige termijnen, maar dit werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de minister het bezwaar ongegrond, omdat appellant niet viel onder de medische categorieën waarvoor kwijtschelding mogelijk is.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische situatie ernstig is en gelijkgesteld moet worden aan de in het beleid genoemde gevallen, en dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan. De Raad oordeelde dat appellant niet in een van de beleidscategorieën valt en dat het beleid niet onredelijk is.
De minister baseerde zich op een medisch advies dat de situatie van appellant niet medisch uitzichtloos is. De Raad vond dat de minister niet verplicht was om aanvullende medische gegevens te laten beoordelen, omdat er geen onjuist beeld bestond. Gezien de omstandigheden, waaronder de arbeidsongeschiktheidsuitkering en latere AOW, was kwijtschelding niet redelijk. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de achterstallige termijnen van de studieschuld wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.