ECLI:NL:CRVB:2016:1347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing studiefaciliteiten wegens ontbreken erkende stagemeester voor praktijkstage
Appellante is sinds 2001 in dienst bij een werkgever en volgde vanaf 2004 een postdoctorale opleiding die bestaat uit een theoretisch deel en een praktijkstage onder begeleiding van een door de beroepsorganisatie erkende stagemeester. Na het succesvol afronden van het theoretische deel en het starten van een controleleider in spe-traject, stopte appellante wegens persoonlijke omstandigheden met het traject. Het controleleider in spe-traject werd beëindigd vanwege onvoldoende functioneringsontwikkeling.
Appellante kon geen erkende stagemeester vinden om haar praktijkstage te begeleiden, een vereiste gesteld door de beroepsorganisatie om de stage te kunnen volgen. Hierdoor kon zij niet in aanmerking komen voor een stageplaats en dus ook niet voor studiefaciliteiten. Het college wees haar aanvraag voor studiefaciliteiten af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het dienstbelang bij het volgen van de opleiding niet langer aanwezig was en dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op afronding van de opleiding. De Raad oordeelde dat het ontbreken van een erkende stagemeester buiten de macht van het college lag en dat zonder stageplaats geen recht op studiefaciliteiten bestond volgens de geldende rechtspositieregeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag studiefaciliteiten weigeren wegens het ontbreken van een erkende stagemeester.