ECLI:NL:CRVB:2016:1304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggaaf bestuursrechtelijke premie zorgverzekering na schuldsanering
Het Zorginstituut Nederland, rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen, vorderde betaling van bestuursrechtelijke premie van betrokkene over de periode 1 augustus 2010 tot 1 januari 2013. Na toepassing van de schuldsaneringsregeling op de echtgenoot van betrokkene per 4 december 2012, meldde de zorgverzekeraar betrokkene af als wanbetaler per 1 januari 2013.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat betrokkene recht had op een extra terugbetaling van €19,93 over december 2012, omdat een evenredig deel van die maand niet verschuldigd zou zijn. De rechtbank stelde het terug te betalen bedrag op €185,69. Het Zorginstituut stelde in hoger beroep dat de premie over december 2012 volledig verschuldigd was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank zich ten onrechte bevoegd had geacht te oordelen over de verschuldigdheid van de premie in december 2012, omdat tegen besluiten over verschuldigdheid geen beroep openstaat bij de bestuursrechter. De Raad stelde vast dat bij het opstellen van de eindafrekening moet worden uitgegaan van de datum waarop betrokkene feitelijk als wanbetaler is afgemeld, namelijk 1 januari 2013. De Raad bepaalde de teruggaaf op €165,76 minder dan de rechtbank had vastgesteld en vernietigde het bestreden deel van de uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het oordeel van de rechtbank over de verschuldigdheid van de premie in december 2012 en stelt de teruggaaf op €165,76.