ECLI:NL:CRVB:2016:130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsbesluit wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Een werkneemster was ziek gemeld en haar arbeidsovereenkomst met de werkgever werd ontbonden wegens bedrijfseconomische redenen. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe vanaf de datum van ontslag. Het UWV stelde vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, met name door het niet adequaat inzetten van het tweede spoor, en verhaalde de uitkering op de werkgever.
De werkgever maakte bezwaar en stelde dat er geen reden was om het tweede spoor in te zetten omdat het dienstverband toch zou eindigen en de werkneemster niet meewerkte aan re-integratie bij een andere werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de werkgever ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de werkgever het advies van de bedrijfsarts om een arbeidskundig onderzoek te laten uitvoeren en het tweede spoor in te zetten niet voldoende had opgevolgd. Ook na het ontslagvoornemen had de werkgever re-integratie-inspanningen moeten verrichten, omdat het einde van het dienstverband niet definitief was en de werkneemster niet had ingestemd met de vaststellingsovereenkomst. De stelling dat de werkneemster niet wilde meewerken werd niet onderbouwd. De Raad bevestigde daarom het verhaalsbesluit van het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en het verhaalsbesluit van het UWV wordt bevestigd.