Uitspraak
mr. Aberkrom.
OVERWEGINGEN
1 september 2011 is de dienstbetrekking als [naam functie B] beëindigd. Appellante is per 1 september 2011 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Per 1 september 2012 is appellante een nieuwe dienstbetrekking aangegaan met [naam afdeling] als [naam functie C] voor 8 uur per week.
[naam functie B]. Deze dienstbetrekking is per 1 september 2011 beëindigd, zodat er tot 1 september 2012 sprake was van een volledig verlies van arbeidsuren. Daarnaast heeft appellante aangevoerd dat zij pas met het bestreden besluit wist dat zij geen recht had op de inkomstenverrekening. Door de inkomstenverrekening slechts toe te passen tot 25 februari 2013 en niet tot aan de datum van het bestreden besluit, is het bestreden besluit in strijd met de rechtszekerheid, aldus appellante.
b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden.
26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren gemiddeld per week als werknemer arbeid heeft verricht.
1 september 2012 is appellante 32 uur per week werkte, zodat er een arbeidsurenverlies resteert van vier uur per week. Ingevolge artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW is appellante dan niet meer werkloos.
24 februari 2013. Gelet op het beroep van appellante op het rechtszekerheidsbeginsel, dient beoordeeld te worden of het Uwv bij het bestreden besluit heeft mogen besluiten dat met terugwerkende kracht per 25 februari 2013 geen toepassing meer zal worden gegeven aan artikel 35aa, eerste lid, van de WW inkomstenverrekening.
25 februari 2013 geen inkomstenverrekening meer toe te passen, in strijd is met het rechtzekerheidsbeginsel. Dit betekent dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Ook de aangevallen uitspraak kan niet in stand blijven. Nu een intrekking van de WW-uitkering met ingang van 27 augustus 2013 in de ogen van appellante aanvaardbaar is, zal aan het Uwv opdracht worden gegeven om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellante, waarbij de inkomstenverrekening wordt toegepast over de periode van 3 september 2012 tot 27 augustus 2013. Met het oog op een voortvarende afwikkeling, ook ten aanzien van het nog te betalen bedrag vanwege de inkomstenverrekening, is er aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat beroep tegen het nieuwe besluit slechts kan worden ingesteld bij de Raad.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 27 augustus 2013 gegrond;
- vernietigt het besluit van 27 augustus 2013;
- draagt het Uwv op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat beroep tegen de door het Uwv te nemen nieuwe beslissing op bezwaar slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.984,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 166,- vergoedt.