Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 22 november 2013 ongegrond, voor zover bij dat besluit is beslist op het bezwaar tegen het besluit van 16 juli 2013.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 29 oktober 2012 een WW-uitkering, die later werd beëindigd omdat hij recht kreeg op een Ziektewet-uitkering. Na beëindiging van de ZW-uitkering op 28 juni 2013 vroeg betrokkene opnieuw een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat hij zich niet beschikbaar zou hebben gesteld voor arbeid.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat onvoldoende vaststond dat betrokkene zich ondubbelzinnig niet beschikbaar had gesteld, mede vanwege twijfel over zijn psychische gesteldheid en de summiere rapportage van het huisbezoek. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel vernietigd.
De Raad stelt vast dat betrokkene sinds november 2010 arbeidsongeschikt was, geen verifieerbare sollicitaties had verricht tot oktober 2013 en herhaaldelijk heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn voor arbeid vanwege ziekte. Ook was hij niet onder psychiatrische behandeling en kon hij de gevolgen van zijn verklaringen overzien.
Hieruit volgt dat het UWV terecht heeft geconcludeerd dat betrokkene zich vanaf 28 juni 2013 ondubbelzinnig niet beschikbaar heeft gesteld voor arbeid. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WW-uitkering bevestigd.