ECLI:NL:CRVB:2016:1005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden als fotografe
Appellante ontving sinds 1996 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij fotografeerde en interviewde tijdens evenementen, startte de gemeente Rotterdam een onderzoek. Dit leidde tot een besluit van het college om de bijstand vanaf 2 februari 2010 in te trekken en de kosten van bijstand over de periode tot augustus 2012 terug te vorderen, omdat appellante haar inlichtingenverplichting zou hebben geschonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante inderdaad op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte, zoals het produceren en publiceren van filmpjes voor een cultureel platform, en dat deze werkzaamheden niet als hobby konden worden aangemerkt. Hoewel appellante stelde dat zij geen betaling ontving, was het economisch verkeer en de aard van de werkzaamheden voldoende om van op geld waardeerbare arbeid te spreken.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij het college hierover had geïnformeerd, noch dat het college achteraf haar recht op bijstand had kunnen vaststellen. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.