ECLI:NL:CRVB:2015:928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende studerende wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante ontving vanaf oktober 2012 studiefinanciering berekend naar de norm voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek op haar GBA-adres concludeerde een controleur dat zij daar niet woonde. Op basis van dit rapport herzag de minister de studiefinanciering en kwalificeerde appellante als thuiswonende studente, waarbij het te veel betaalde bedrag werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, stellende dat uit het huisbezoek bleek dat appellante geen eigen slaapplek had en slechts beperkte persoonlijke spullen in de woning aanwezig waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel een eigen slaapplek had en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de woonplaats moet worden vastgesteld op basis van concrete feiten en omstandigheden. Het ontbreken van objectieve criteria doet niet af aan de waarnemingen van de controleur. De Raad acht het aannemelijk dat appellante niet op haar GBA-adres woonde, mede gelet op de beperkte persoonlijke bezittingen en het feit dat zij daar al meer dan zes maanden verbleef. Het hoger beroep wordt verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit tot herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd.