ECLI:NL:CRVB:2015:90
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- E.W. Akkerman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit hennepkwekerij
Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering en sinds 2004 een toeslag. In 2011 werd in zijn woning een hennepkwekerij ontdekt, waaruit het UWV concludeerde dat appellant tussen januari 2010 en augustus 2011 inkomsten uit acht oogsten had verkregen, ter waarde van €45.907,81. Op basis hiervan stelde het UWV vast dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en vorderde het een bedrag van €21.847,81 terug aan onverschuldigde uitkeringen en toeslagen.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het proces-verbaal van de politie en de opbrengstberekening als betrouwbaar werden beschouwd. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij later dan januari 2010 met de hennepkwekerij was begonnen of dat de opbrengsten onjuist waren. De Raad bevestigt dat het UWV terecht de terugvordering toepast, aangezien geen dringende redenen zijn om hiervan af te zien.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen inkomsten uit de hennepkwekerij had, maar de Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat het bewijs overtuigend is. Ook het feit dat strafrechtelijk een transactie zonder ontnemingsvordering is getroffen, doet hieraan niets af. De bestuursrechter vormt een eigen oordeel en is niet gebonden aan het strafrechtelijk besluit. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De terugvordering van teveel betaalde WAO-uitkering en toeslag wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is op grond van inkomsten uit hennepkwekerij.