Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Aan appellante is een uitkering op grond van de ZW toegekend.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als toetsafnemer/docent en viel uit wegens psychische klachten waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Het UWV beëindigde deze uitkering per 14 februari 2011 en later definitief per 10 november 2012 omdat zij weer geschikt werd geacht tot arbeid. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen van appellante niet zodanig ernstig waren dat zij haar werk niet kon verrichten. Appellante bracht geen objectieve gegevens aan die dit oordeel konden weerleggen.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de klachten van appellante niet tot ongeschiktheid leidden. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.