ECLI:NL:CRVB:2015:783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- E.W. Akkerman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor werkzaamheden rozenkwekerij
Appellante was werkzaam als medewerkster in een rozenkwekerij en meldde zich ziek vanwege ernstige heupklachten. Na een operatie aan haar linkerheup werd zij door het UWV per 30 juli 2012 geschikt geacht voor haar werkzaamheden. De rechtbank had het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Het beroep tegen de weigering van een WIA-uitkering werd ongegrond verklaard omdat appellante de wachttijd niet had voltooid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege lichamelijke en psychische klachten niet in staat was haar functie te vervullen, met name vanwege het tillen van zware kratten. De Raad nam het standpunt van het UWV over dat de werkzaamheden bij soortgelijke werkgevers maximaal het tillen van 4,5 kilo omvatten, niet 15 kilo zoals appellante stelde.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had vastgesteld dat appellante haar werkzaamheden kon verrichten en dat de lichamelijke en psychische beperkingen voldoende waren meegewogen. Omdat appellante de wachttijd voor de WIA-uitkering niet had voltooid, was de beëindiging van de ZW-uitkering terecht. De Raad vernietigde het besluit van 12 september 2012 wegens een omissie van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellante per 30 juli 2012 geschikt was voor haar werkzaamheden en de wachttijd voor de WIA-uitkering niet is voltooid.