Betrokkene, werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, werd per 1 juli 2011 ingedeeld in een andere functie en salarisschaal binnen het functiegebouw Rijk (FGR). Betrokkene maakte bezwaar tegen de inschaling en stelde dat zij gelijk behandeld moest worden als collega’s die dezelfde werkzaamheden verrichtten. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens onjuiste besluitvorming in bezwaar.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant bevoegd was om de functie-indeling te herstellen en dat de inschaling onlosmakelijk verbonden is met de functie-indeling. De Raad bevestigt dat de eerdere besluiten terecht zijn vernietigd vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat betrokkene gelijk moet worden behandeld als collega K die dezelfde werkzaamheden verrichtte.
Daarnaast slaagt het beroep van betrokkene dat appellant een dwangsom heeft verbeurd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De Raad kent de maximale dwangsom van €1.260 toe. De Raad veroordeelt appellant tevens in de proceskosten van betrokkene. De uitspraak vervangt eerdere besluiten en bepaalt de juiste functie-indeling en dwangsom.