ECLI:NL:CRVB:2015:717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel en arbeidsgeschiktheid
Appellant was werkzaam als schoonmaker en viel uit wegens spier-, pees- en gewrichtsklachten, gevolgd door psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 26 oktober 2012 werd vastgesteld dat appellant vanaf 29 oktober 2012 hersteld was en geschikt voor zijn werk.
Het UWV beëindigde de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de psychische klachten geen belemmering vormden voor de arbeid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat een onafhankelijk psychologisch onderzoek ontbrak en dat zijn depressieve klachten volledige arbeidsgeschiktheid uitsloten. De Raad oordeelde echter dat het UWV voldoende medisch onderzoek had verricht, dat de psychische problematiek was meegewogen en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige beperkingen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het besluit tot beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens herstel en arbeidsgeschiktheid.