ECLI:NL:CRVB:2015:679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid ondanks voetklachten
Appellant heeft zich arbeidsongeschikt gemeld wegens rechtervoetklachten na een ongeval in 2008. Na medisch onderzoek en een arbeidsdeskundig rapport concludeerde het UWV dat appellant niet geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel voor andere functies, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het bezwaar en beroep werden ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en diepgaand was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend waren. Er was geen medische onderbouwing voor een urenbeperking wegens pijnklachten. De functies van soldering technician, telefonist en machinebediende werden als passend beschouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door pijn slechts 3 tot 4 uur per dag kan werken en overhandigde een brief van een orthopedisch chirurg. De Raad concludeerde dat deze brief niet specifiek op de beoordelingsdatum sloot en onvoldoende medische onderbouwing bood om de eerdere conclusies te weerleggen.
De Raad bevestigde het oordeel dat appellant geschikt is voor de voorgestelde functies en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij passende arbeid kan verrichten met minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.